Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

' . t('Embed code') . '

' . t('close') . '

Rectumkanker

Rectumkanker of endeldarmkanker is kanker die voorkomt in het laatste deel van de dikke darm en zich vrijwel altijd ontwikkelt vanuit een poliep van het slijmvlies. Volgens cijfers van de Stichting Kankerregister (SKR) werden in 2014, 2.590 nieuwe gevallen van endeldarmkanker geregistreerd in België, waarvan 1.644 mannen en 946 vrouwen.

Welke aspecten worden gemeten ?

  • overleving bij alle patiënten
  • de overleving bij patiënten die een chirurgische ingreep hebben ondergaan

Hoe controleren we de betrouwbaarheid van deze indicatoren?

Controle van de indicatoren en de resultaten gebeurt op drie niveaus:

  • Selectie en verfijning van de indicatoren gebeurt door een groep van rectumkankerexperten.
  • De indicatoren worden berekend door koppeling van de databank van de Stichting Kankerregister (SKR) met deze van het Intermutualistisch agentschap (IMA). Het Kankerregister past in deze fase uitgebreide validatieprocedures en kwaliteitscontroles toe.
  • De resultaten worden ter controle voorgelegd  aan de ziekenhuizen. Zij kijken de resultaten na aan de hand van de gegevens uit de medische dossiers en krijgen de tijd om eventuele problemen in de berekeningen te melden aan het Kankerregister.

Hoe kan je de resultaten interpreteren ?

Aangezien de gepubliceerde indicatoren voor rectumkanker zogenaamde "outcome"- of uitkomstindicatoren zijn, kunnen er geen streefwaarden worden vooropgesteld.

Elke indicator staat op zichzelf. Je kan dus geen optelsom van alle behaalde resultaten maken. Deze indicatoren geven dan ook geen totaalbeeld van de kwaliteit in dit ziekenhuis. Het gaat om deelaspecten.

Bespreek de resultaten met uw arts als u vragen heeft.

Verschillende patiëntengroepen

Deze indicatoren zijn berekend voor 2 verschillende groepen van patiënten:

  1. De groep van alle patiënten die binnen een bepaald ziekenhuis gediagnosticeerd werden met rectumkanker.
  2. De subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep ondergingen, meer precies de patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd.

In de beschrijving van de indicator staat duidelijk op welke groep van patiënten de indicator van toepassing is.

Type indicatoren – verschillende meetmomenten

Deze indicatoren voor rectumkanker zijn allen zogenaamde "outcome"- of uitkomstindicatoren. Dit wil zeggen dat zij

  • ofwel een percentage patiënten meten waarbij een bepaalde gebeurtenis (= uitkomst) zich heeft voorgedaan
  • ofwel de tijd meten tot een welbepaalde gebeurtenis zich voordoet.

De gebeurtenis die hier bekeken wordt, is steeds het overlijden. En dit steeds voor een specifieke patiëntengroep.

  • Voor de groep van alle patiënten van een bepaald ziekenhuis: de tijd tussen de datum van diagnose en het overlijden wordt bestudeerd tot 5 jaar na de datum van diagnose. Afhankelijk van de indicator wordt gesproken over de kans op overleven 5 jaar na diagnose of het sterfterisico 5 jaar na diagnose.
  • Voor de subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep ondergingen: de onderstaande indicatoren meten per ziekenhuis enerzijds het percentage patiënten overleden binnen 30 dagen en 90 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm. Hieronder wordt vaak over de kans op overlijden binnen 30 (of 90) dagen gesproken.

Ook wordt de tijd bestudeerd tussen de datum van diagnose en het overlijden van een patiënt en dit tot 5 jaar na de datum van diagnose. Afhankelijk van de indicator wordt gesproken over de kans op overleven 5 jaar na diagnose of het sterfterisico 5 jaar na diagnose.

rectumkanker

Welk percentage van de geopereerde patiënten is overleden binnen 30 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie) in combinatie met de onmiddellijke postoperatieve medische zorgen?

0,0 %
0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
20

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 30 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans. Door de vele andere beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom louter informatief. Vergelijking van ziekenhuizen onderling kan enkel op basis van de gestandaardiseerde indicator.

Hoe trechtergrafiek interpreteren?

  • Indien het resultaat van een ziekenhuis binnen de grenzen van de trechtervormige zone valt, kan de kans op overlijden binnen de 30 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de gemiddelde kans op overlijden.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis boven de bovengrens van de trechtervormige zone valt, is de kans op overlijden binnen de 30 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis groter dan de gemiddelde kans op overlijden.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis onder de ondergrens van de trechtervormige zone valt, is de kans op overlijden binnen de 30 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis lager dan de gemiddelde kans op overlijden.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% betrouwbaarheidsinterval en het 99% betrouwbaarheidsinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% betrouwbaarheidsinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek.
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is de sterftekans binnen 30 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie), rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (= de uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (= WHO score van 0 tot 5)? (Subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep onderging.)

0,2
0
1
2
3
4
5

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 30 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie), beïnvloeden die kans.

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftecijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te standaardiseren, kan je wel een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

Om proporties  te standaardiseren, gebruiken we een “odds ratio”. De odds ratio is een maat voor hoeveel groter de kans op overlijden is in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan de kans om binnen de 30 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de kans voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is de kans om binnen de 30 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis groter dan de kans voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van uw ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is de kans om binnen de 30 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis kleiner dan de kans voor de gemiddelde patiënt.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Welk percentage van de geopereerde patiënten is overleden binnen 90 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie) in combinatie met de onmiddellijke postoperatieve medische zorgen?

1 %
0
5
10
15
20
25
30

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 90 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans. Door de vele andere beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom louter informatief. Vergelijking van ziekenhuizen onderling kan enkel op basis van de gestandaardiseerde indicator.

Hoe de trechtergrafiek interpreteren?

  • Indien het resultaat van een ziekenhuis binnen de grenzen van de trechtervormige zone valt, kan de kans op overlijden binnen de 90 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de gemiddelde kans op overlijden.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis boven de bovengrens van de trechtervormige zone valt, is de kans op overlijden binnen de 90 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis groter dan de gemiddelde kans op overlijden.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis onder de ondergrens van de trechtervormige zone valt, is de kans op overlijden binnen de 90 dagen na chirurgie in dit ziekenhuis lager dan de gemiddelde kans op overlijden.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% betrouwbaarheidsinterval en het 99% betrouwbaarheidsinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% betrouwbaarheidsinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek.
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is de sterftekans binnen 90 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie), rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (= de uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (= WHO score van 0 tot 5)? (Subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep onderging.)

0,3
0
1
2
3
4
5

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het verwijderen van (een deel van) de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 90 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie), beïnvloeden die kans.

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftecijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te standaardiseren, kan je wel een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

Om proporties  te standaardiseren, gebruiken we een “odds ratio”. De odds ratio is een maat voor hoeveel groter de kans op overlijden is in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan de kans om binnen de 90 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de kans voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is de kans om binnen de 90 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis groter dan de kans voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van uw ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is de kans om binnen de 90 dagen na chirurgie te overlijden in dit ziekenhuis kleiner dan de kans voor de gemiddelde patiënt.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is het sterfterisico voor patiënten vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker, indien we rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (= de uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (= WHO score van 0 tot 5)? Merk op dat deze gestandaardiseerde indicator het sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen kanker. Bekijk hem samen met de andere indicatoren over overleving.

0,91
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator geeft weer wat de kans is dat patiënten met rectumkanker nog in leven zijn vijf jaar na hun diagnose, ongeacht de doodsoorzaak. De overlevingskans hangt in belangrijke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is daarom belangrijk om deze factoren in rekening te brengen als we de overlevingscijfers vergelijken tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bv. oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het te verwachten dat de overlevingskans in het eerste ziekenhuis lager ligt. Door de indicator te standaardiseren, kunnen we een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

Om overlevingskansen te standaardiseren gebruiken we een “hazard ratio”. Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen. Deze gestandaardiseerde indicator geeft dus het sterfterisico weer en niet de kans op overleven.

Deze indicator houdt rekening met alle doodsoorzaken en niet enkel met deze ten gevolge van de rectumkanker zelf. Daarom is het belangrijk om ook naar de indicatoren over relatieve overleving te kijken.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis kleiner dan het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is het sterfterisico voor patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker, indien we rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (= de uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (= WHO score van 0 tot 5)? Merk op dat deze gestandaardiseerde indicator het sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen kanker. Bekijk hem samen met de andere indicatoren over overleving.

0,76
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator geeft weer wat de kans is dat patiënten met rectumkanker bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, nog in leven zijn vijf jaar na hun diagnose, ongeacht de doodsoorzaak. De overlevingskans hangt in belangrijke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is daarom belangrijk om deze factoren in rekening te brengen als we de overlevingscijfers vergelijken tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bv. oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het te verwachten dat de overlevingskans in het eerste ziekenhuis lager ligt. Door de indicator te standaardiseren, kunnen we een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

Om overlevingskansen te standaardiseren gebruiken we een “hazard ratio”. Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen. Deze gestandaardiseerde indicator geeft dus het sterfterisico weer en niet de kans op overleven.

Deze indicator houdt rekening met alle doodsoorzaken en niet enkel met deze ten gevolge van de rectumkanker zelf. Daarom is het belangrijk om ook naar de indicatoren over relatieve overleving te kijken.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis kleiner dan het sterfterisico voor de gemiddelde patiënt.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Welk percentage van de patiënten is vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker nog in leven, indien we enkel kanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen? Bekijk deze samen met de andere indicatoren over overleving.

71 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken, zoals een andere ziekte, een ongeval, enz.

Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan voor de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker en van mensen uit de algemene bevolking met dezelfde eigenschappen (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar).

Om het aantal patiënten te kennen dat vijf jaar na een diagnose van rectumkanker nog in leven is, moet je kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

Bovendien hangt de overleving van rectumkankerpatiënten in sterke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie). Door de vele beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom enkel informatief. Bekijk hem samen met de gestandaardiseerde indicator voor relatieve overleving.

Hoe trechtergrafiek interpreteren?

  • Indien het resultaat van een ziekenhuis binnen de grenzen van de trechtervormige zone valt, kan de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de gemiddelde relatieve overlevingskans.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis boven de bovengrens van de trechtervormige zone valt, is de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan de gemiddelde relatieve overlevingskans.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis onder de ondergrens van de trechtervormige zone valt, is de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis lager dan de gemiddelde relatieve overlevingskans.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% betrouwbaarheidsinterval en het 99% betrouwbaarheidsinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% betrouwbaarheidsinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek.
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is het sterfterisico voor patiënten vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker, indien we enkel kanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen, en rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt (= WHO score van 0 tot 5)? Merk op dat deze gestandaardiseerde indicator het sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bekijk deze indicator samen met de andere indicatoren voor overleving.

0,72
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken, zoals een andere ziekte, een ongeval, enz.

Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan in de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker en van mensen uit de algemene bevolking met dezelfde eigenschappen (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar).

De kans dat patiënten vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker nog leven, hangt bovendien in belangrijke mate af van de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van overlevingscijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien bv. oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het te verwachten dat de overlevingskans in het eerste ziekenhuis lager ligt dan in het tweede. Zonder deze verschillen tussen ziekenhuizen in rekening te brengen, kan je geen eerlijke vergelijking maken tussen de ziekenhuizen.

Om relatieve overlevingskansen te standaardiseren, gebruiken we een ‘relative excess risk’. Dit is een maat voor hoeveel groter het sterfterisico is ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen. Deze gestandaardiseerde indicator geeft dus het sterfterisico weer en niet de kans op overleven.

Om het werkelijk aantal patiënten te kennen dat vijf jaar na een diagnose van rectumkanker nog in leven is, moet je kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis kleiner dan het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Welk percentage van de patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, is vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker nog in leven, indien we enkel kanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen? Bekijk deze samen met de andere indicatoren over overleving.

85 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken, zoals een andere ziekte, een ongeval, enz.

Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan voor de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker en van mensen uit de algemene bevolking met dezelfde eigenschappen (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar).

Om het aantal patiënten te kennen dat vijf jaar na een diagnose van rectumkanker nog in leven is, moet je kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

Bovendien hangt de overleving van rectumkankerpatiënten in sterke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie). Door de vele beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom enkel informatief. Bekijk hem samen met de gestandaardiseerde indicator voor relatieve overleving.

Hoe trechtergrafiek interpreteren?

  • Indien het resultaat van een ziekenhuis binnen de grenzen van de trechtervormige zone valt, kan de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van de gemiddelde relatieve overlevingskans.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis boven de bovengrens van de trechtervormige zone valt, is de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan de gemiddelde relatieve overlevingskans.
  • Indien het resultaat van een ziekenhuis onder de ondergrens van de trechtervormige zone valt, is de relatieve overlevingskans binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis lager dan de gemiddelde relatieve overlevingskans.

 

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% betrouwbaarheidsinterval en het 99% betrouwbaarheidsinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% betrouwbaarheidsinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek.
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis

Wat is het sterfterisico voor patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker, indien we enkel kanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen, en rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (uitgebreidheid van de tumor) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt (= WHO score van 0 tot 5)? Merk op dat deze gestandaardiseerde indicator het sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bekijk deze indicator samen met de andere indicatoren voor overleving.

0,64
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6
1.8
2

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten (bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd) in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken, zoals een andere ziekte, een ongeval, enz.

Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan in de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker en van mensen uit de algemene bevolking met dezelfde eigenschappen (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar).

De kans dat patiënten vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker nog leven, hangt bovendien in belangrijke mate af van de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte bij diagnose (uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van overlevingscijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien bv. oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het te verwachten dat de overlevingskans in het eerste ziekenhuis lager ligt dan in het tweede. Zonder deze verschillen tussen ziekenhuizen in rekening te brengen, kan je geen eerlijke vergelijking maken tussen de ziekenhuizen.

Om relatieve overlevingskansen te standaardiseren, gebruiken we een ‘relative excess risk’. Dit is een maat voor hoeveel groter het sterfterisico is ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde over alle Vlaamse ziekenhuizen. Deze gestandaardiseerde indicator geeft dus het sterfterisico weer en niet de kans op overleven.

Om het werkelijk aantal patiënten te kennen dat vijf jaar na een diagnose van rectumkanker nog in leven is, moet je kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

Hoe de boomgrafiek interpreteren?

  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis de lijn van de gemiddelde patiënt snijdt, dan kan het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis niet als verschillend beschouwd worden van het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig boven de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis groter dan het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.
  • Indien het betrouwbaarheidsinterval van een ziekenhuis volledig onder de lijn van de gemiddelde patiënt ligt, dan is het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose in dit ziekenhuis kleiner dan het gemiddelde sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek.

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met alle andere ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn: het gemiddelde van alle resultaten.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere ziekenhuizen.

Toelichting ziekenhuis

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan Brugge - Oostende, Brugge

In deze meting van VIP² worden 137 patiënten - die in periode van 2009 tot 2011 behandeld werden voor rectumkanker in AZ Sint-Jan – vergeleken met patiënten met rectumkanker in andere Vlaamse ziekenhuizen. Opvallende vaststelling voor AZ Sint-Jan is dat maar liefst 84,5% nog steeds in leven is vijf jaar na de operatie van rectumkanker. Het gemiddelde in de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt 78,1%. Nog beter doet het ziekenhuis het in de meting van de toestand van de patiënt in de maand na de operatie. In Vlaanderen overlijden gemiddeld 2,2% van de patiënten in de loop van de maand na de operatie, in het Az Sint-Jan overleed er geen enkele patiënt in de gemeten periode.

Over de periode: 2009-2011
Details en toelichting ziekenhuis