U bent hier

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel

' . t('Embed code') . '

' . t('close') . '

Borstkanker

Borstkanker of mammacarcinoom is een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst. Jaarlijks treft het wereldwijd ongeveer 1 miljoen vrouwen, waardoor het wereldwijd het meest voorkomende kankertype is bij vrouwen. In België en Nederland krijgt één op de negen vrouwen ooit gedurende haar leven te maken met borstkanker. In België telt borstkanker momenteel voor 33 procent van alle kankers bij vrouwen.

Welke aspecten worden gemeten ?

  • We peilen naar:

    hoe de diagnose wordt gesteld
    hoe borstkanker wordt behandeld
    de overleving en het relatief sterfterisico

    Hoe controleren we de betrouwbaarheid van deze indicatoren?

    De controle van de indicatoren en resultaten gebeurde op drie niveau's:

    De indicatoren zijn afgeleid uit nationale en internationale publicaties (KCE-rapport 150A, EUSOMA-richtlijnen,…). Selectie en verfijning van de indicatoren gebeurde door een groep van borstkankerexperten.
    De indicatoren worden berekend op basis van een koppeling van de databank van de Stichting Kankerregister met deze van het Intermutualistisch agentschap (IMA). Het Kankerregister past in deze fase uitgebreide validatieprocedures en kwaliteitscontroles toe.
    De resultaten worden ter controle voorgelegd aan de ziekenhuizen. Zij kijken de resultaten na aan de hand van de gegevens uit de medische dossiers en krijgen de tijd om eventuele verschillen in de resultaten te melden aan het Kankerregister.

Hoe kan je de resultaten interpreteren ?

De resultaten gaan over vrouwelijke patiënten die in de aangegeven periode de diagnose van borstkanker kregen.

Voor de indicatoren over diagnostiek en behandeling werd een streefwaarde vooropgesteld. De grafieken maken duidelijk in hoeverre een ziekenhuis met zijn resultaat de streefwaarde benadert.

Elke indicator staat op zichzelf. U kunt dus geen optelsom van alle behaalde resultaten maken. Deze indicatoren geven dan ook geen totaalbeeld van de kwaliteit in dit ziekenhuis. Het gaat telkens om deelaspecten.

Bespreek de resultaten met uw arts als u vragen heeft.

Disclaimer bij resultaten

Diagnostisch proces

Bij welk percentage van de patiënten met borstkanker werd de hormoongevoeligheid en/of HER2-status bepaald alvorens te starten met chemotherapie, hormonale therapie of antistoftherapie?

100 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Alvorens de behandeling te starten is het belangrijk om de hormoonreceptorstatus en de aan- of afwezigheid van HER2-eiwit op de tumorcellen te bepalen. Twee derde van de borsttumoren is immers “hormoon gevoelig”, dit betekent dat deze tumoren onder meer groeien door de aanwezigheid van vrouwelijke hormonen.

De twee belangrijkste vrouwelijke hormonen zijn oestrogeen en progesteron. In de celwand van de tumorcellen zitten eiwitten, de zogenaamde hormoonreceptoren, waaraan de hormonen zich kunnen vasthechten en waardoor de tumorgroei gestimuleerd wordt. Naast de hormoonreceptoren kunnen er in de celwand van de tumorcellen ook andere specifieke receptoren (bv. de HER2-receptor) voorkomen.

Om de hormoongevoeligheid en de aanwezigheid van de HER2-receptor na te gaan, wordt het borsttumorweefsel onderzocht in het labo. De resultaten bepalen uiteindelijk mee het behandelingsplan, meer precies de beslissing over het al dan niet toedienen van chemotherapie, hormonale therapie of antistoftherapie, bv. trastuzumab (ook bekend onder de naam Herceptin®). Trastuzumab maakt deel uit van zgn. doelgerichte therapie (= targeted therapy), omdat het zeer specifiek inwerkt op de tumorcellen (in tegenstelling tot chemotherapie dat ook gezonde cellen aantast). Meer precies is trastuzumab een geneesmiddel dat zich hecht aan de HER2-eiwitten in de wand van de tumorcellen. Hierdoor kan de groei van de tumor afgeremd worden.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Bij welk percentage van de patiënten met borstkanker werd een cel- en/of weefselonderzoek van de tumor uitgevoerd voordat een borstoperatie plaatshad?

100 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Er zijn verschillende types van borstkanker. Het is belangrijk om reeds vóór het uitvoeren van een ingreep aan de borst het exacte type en de uitgebreidheid van de tumor te bepalen.

Om het type borstkanker te bepalen, worden stukjes weefsel van de tumor afgenomen om deze vervolgens in het labo te onderzoeken. Een juiste diagnose stellen, maakt het mogelijk om een individuele, gerichte therapie op te starten, wat de overlevingskansen ten goede komt.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Bij welk percentage van de patiënten met een vroeg stadium van borstkanker (cStadium I, II of III), werd een mammografie en/of een borstechografie uitgevoerd binnen de 3 maanden vóór de borstoperatie?

99 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Met een mammografie wordt een afbeelding gemaakt van de borstklier door middel van röntgenstralen. Mammografie blijft één van de belangrijkste middelen om een knobbel in de borst of andere tekens van een mogelijk kwaadaardige borstaandoening te onderzoeken. Een echografie is een onderzoekstechniek die gebruik maakt van niet-hoorbare geluidsgolven (Dopplereffect) om weefselstructuren in beeld te brengen.

Het is sterk aan te bevelen om vóór de borstoperatie een mammografie en/of een borstechografie uit te voeren om de uitgebreidheid en de kenmerken van de tumor te bepalen. Dit is noodzakelijk om een weefselonderzoek te kunnen plannen, en om correct in te kunnen schatten welk en hoeveel borstweefsel moet worden weggenomen. 

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Welk percentage van de patiënten werd besproken tijdens een overleg van specialisten uit verschillende disciplines?

98 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Tijdens een “multidisciplinair oncologisch consult” (MOC-overleg) bespreken specialisten van verschillende disciplines (bv. chirurg, medisch oncoloog, radiotherapeut-oncoloog, radioloog, enz.) samen patiëntendossiers. Het tijdig gezamenlijk bespreken van patiëntendossiers draagt bij tot het stellen van een correcte diagnose en tot het selecteren van het beste behandelingsplan voor iedere individuele patiënt. Voor deze indicator kijken we na of er een MOC-overleg heeft plaatsgevonden 1 maand vóór tot en met 2 maanden na de datum van diagnose.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Behandeling

Welk percentage van de geopereerde patiënten met borstkanker in een vroeg stadium (cStadium I en II) kreeg een borstsparende ingreep (= tumorectomie)?

68 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Als borstkanker tijdig (= in een vroeg stadium (cStadium I of II)) wordt ontdekt, wordt indien mogelijk de voorkeur gegeven aan een borstsparende ingreep (= tumorectomie) gevolgd door bestraling (= radiotherapie). De kansen op overleving na borstsparende chirurgie gevolgd door bestraling zijn even goed als na een volledige borstamputatie (= mastectomie).

Merk op dat er bij een deel van de patiënten wel een goede indicatie kan bestaan voor volledige borstamputatie, bv. om technische redenen (kleine borst, grote voorlopers van borstkanker) of bij aangetoonde genetische aanleg voor borstkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Welk percentage van de patiënten kreeg bestraling (= radiotherapie) na een borstsparende operatie (= tumorectomie)?

97 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Na een borstsparende ingreep (= tumorectomie) is aanvullende bestraling (= radiotherapie) aan te bevelen, omdat dit de kans op herval aanzienlijk vermindert. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat er geen verschil is tussen de kans op genezing na een volledige borstamputatie (= mastectomie) in vergelijking met een borstsparende operatie gevolgd door bestraling, tenzij er een gegronde reden is om geen bestraling te geven (bv. bij hoogbejaarde patiënten, of bij kleine, sterk hormoongevoelige tumoren bij patiënten ouder dan 70 jaar).

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Welk percentage van de patiënten met een uitgezaaide borstkanker kreeg chemo- of hormonale therapie? Hierbij moet er rekening mee gehouden worden dat het om kleine aantallen gaat.

87 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Bij patiënten waarbij uitzaaiingen (= metastasen) werden ontdekt, kan chemo- en/of hormonale en/of antistoftherapie (bv. trastuzumab) niet alleen de levenskwaliteit van de patiënt verbeteren, maar ook de overlevingsduur verlengen. Of een patiënt in aanmerking komt voor zo’n behandeling, is onder meer afhankelijk van de hormoongevoeligheid van de tumor, de algemene gezondheidstoestand en de voorkeur van de patiënt, maar ook van het verloop van de ziekte.

 

Merk op dat om een idee te krijgen over hoeveel patiënten met een uitgezaaide borstkanker behandeld werden met chemo- en/of hormonale en/of antistoftherapie, een beroep gedaan werd op de gegevens van de mutualiteiten. Aangezien de mutualiteiten enkel terugbetaalde prestaties registreren, zitten in deze indicator geen patiënten vervat die hun chemo- en/of hormonale en/of antistoftherapie toegediend kregen in kader van een klinische studie (zgn. studiemedicatie). Dit kan voor sommige ziekenhuizen toch een gevoelig verschil uitmaken bij het berekenen van de indicator.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Overleving

Welk percentage van de patiënten is vijf jaar na het vaststellen van borstkanker nog in leven? Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen borstkanker. Merk op dat men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking kan maken tussen de ziekenhuizen onderling. Bekijk hem daarom samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

81 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator geeft de kans weer dat patiënten met borstkanker nog in leven zijn vijf jaar na hun diagnose, ongeacht de doodsoorzaak.

De overleving van borstkankerpatiënten hangt namelijk niet alleen af van factoren zoals de uitgebreidheid van de tumor en de leeftijd van de patiënt, maar ook van andere mogelijke doodsoorzaken (zoals een andere ziekte, een ongeval, enz.).

Door deze beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. De geobserveerde overleving voor een ziekenhuis is immers specifiek voor de groep patiënten die dit ziekenhuis consulteerden. Deze indicator moet u dus samen bekijken met de andere overlevingsindicatoren: het gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico, de relatieve overleving en het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico (hazard ratio) voor patiënten binnen vijf jaar na het vaststellen van borstkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we rekening houden met de leeftijd van de patiënt op het moment van diagnose en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor)? Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen borstkanker. Bekijk hem daarom samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

0,89
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met borstkanker tot vijf jaar na hun diagnose ongeacht de doodsoorzaak, en rekening houdend met de leeftijd van de patiënt bij diagnose en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor). Het is belangrijk om deze twee factoren (leeftijd en stadium) in rekening te brengen bij de vergelijking van sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde borstkankers behandelt dan het andere ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico wordt vergeleken aan de hand van het relatief risico (= de “hazard ratio” (HR)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is, in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.

Deze indicator houdt rekening met alle doodsoorzaken en niet enkel met deze ten gevolge van de borstkanker. Daarom is het belangrijk om ook naar de indicator voor de relatieve overleving en het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker te kijken.

Voor deze indicator is er geen streefwaarde.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Hoe verhoudt de overleving bij borstkankerpatiënten zich tot die voor een gelijkaardige groep personen zonder borstkanker?
Merk op dat men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking kan maken tussen de ziekenhuizen onderling en dat deze indicator niet de geobserveerde overleving weergeeft. Bekijk hem daarom samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

89 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten in de periode van vijf jaar na het vaststellen van borstkanker kan het gevolg zijn van de borstkanker zelf, maar ook van andere oorzaken zoals een andere ziekte, een ongeval, enz. Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien borstkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij borstkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan voor de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met borstkanker relatief tot die van een gelijkaardige groep van personen uit de algemene bevolking (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar).

Deze indicator kan dan ook enkel relatief geïnterpreteerd worden, dat wil zeggen dat de overlevingskans wordt weergegeven ten opzichte van deze van de algemene Vlaamse bevolking. Om de werkelijke overlevingskans vijf jaar na een diagnose van borstkanker te kennen moet u kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

 

Verder hangt de overleving van borstkankerpatiënten in sterke mate af van factoren zoals de leeftijd van de patiënt en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor). Door deze beïnvloedende factoren kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. De relatieve overleving voor een ziekenhuis is immers specifiek voor de groep patiënten die dit ziekenhuis consulteerden. Bekijk hem daarom samen met het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker (relative excess risk) voor patiënten binnen vijf jaar na het vaststellen van borstkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we enkel borstkanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen, en rekening houden met de leeftijd van de patiënt op het moment van diagnose en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor)? Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker weergeeft en niet de kans op overleven. Bekijk deze indicator samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

0,92
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6
1.8

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico ten gevolge van borstkanker tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met borstkanker tot vijf jaar na hun diagnose, rekening houdend met de leeftijd van de patiënt bij diagnose en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor).

Het is belangrijk om deze twee factoren (leeftijd en stadium) in rekening te brengen bij de vergelijking van de kanker-specifieke sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde borstkankers behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico ten gevolge van borstkanker in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen mogelijk maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van borstkanker wordt vergeleken aan de hand van het relatief verhoogd risico (= de “relative excess risk” (RER)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico ten gevolge van borstkanker binnen de vijf jaar na diagnose is in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.

Voor deze indicator is er geen streefwaarde.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.