U bent hier

Algemeen Ziekenhuis Nikolaas, Sint-Niklaas

' . t('Embed code') . '

' . t('close') . '

Rectumkanker

Rectumkanker of endeldarmkanker is kanker die voorkomt in het laatste deel van de dikke darm en zich vrijwel altijd ontwikkelt vanuit een poliep van het slijmvlies. Volgens cijfers van de Stichting Kankerregister (SKR) werden in 2014, 2.590 nieuwe gevallen van endeldarmkanker geregistreerd in België, waarvan 1.644 mannen en 946 vrouwen.

Welke aspecten worden gemeten ?

  • De sterftekans na ingreep 
  • De overleving en het relatief sterfterisico

Hoe controleren we de betrouwbaarheid van deze indicatoren?

Controle van de indicatoren en de resultaten gebeurt op drie niveaus:

  • Selectie en verfijning van de indicatoren gebeurt door een groep van rectumkankerexperten.
  • De indicatoren worden berekend door koppeling van de databank van de Stichting Kankerregister (SKR) met deze van het Intermutualistisch agentschap (IMA). Het Kankerregister past in deze fase uitgebreide validatieprocedures en kwaliteitscontroles toe.
  • De resultaten worden ter controle voorgelegd aan de ziekenhuizen. Zij kijken de resultaten na aan de hand van de gegevens uit de medische dossiers en krijgen de tijd om eventuele verschillen in de resultaten te melden aan het Kankerregister.

Hoe kan je de resultaten interpreteren ?

Aangezien de gepubliceerde indicatoren voor rectumkanker zogenaamde "outcome"- of uitkomstindicatoren zijn, kunnen er geen streefwaarden worden vooropgesteld.

Elke indicator staat op zichzelf. Je kan dus geen optelsom van alle behaalde resultaten maken. Deze indicatoren geven dan ook geen totaalbeeld van de kwaliteit in dit ziekenhuis. Het gaat telkens om deelaspecten.

Bespreek de resultaten met uw arts als u vragen heeft.

Verschillende patiëntengroepen

Deze indicatoren zijn berekend voor 2 verschillende groepen van patiënten:

  1. De groep van alle patiënten die binnen een bepaald ziekenhuis gediagnosticeerd werden met rectumkanker.
  2. De subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep ondergingen, meer precies de patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd.

In de beschrijving van de indicator staat duidelijk op welke groep van patiënten de indicator van toepassing is.

Type indicatoren – verschillende meetmomenten

Deze indicatoren voor rectumkanker zijn allen zogenaamde "outcome"- of uitkomstindicatoren. Dit wil zeggen dat zij

  • ofwel een percentage patiënten meten waarbij een bepaalde gebeurtenis (= uitkomst) zich heeft voorgedaan
  • ofwel de tijd meten tot een welbepaalde gebeurtenis zich voordoet.

De gebeurtenis die hier bekeken wordt, is steeds het overlijden, zelfs indien in een indicator over "overleving" gesproken wordt. De gebeurtenis wordt steeds bekeken voor een specifieke patiëntengroep:

  • Voor de groep van alle patiënten van een bepaald ziekenhuis: de tijd tussen de datum van diagnose en het overlijden wordt bestudeerd tot vijf jaar na de datum van diagnose. Afhankelijk van de indicator wordt gesproken over de kans op overleven vijf jaar na diagnose of het relatief sterfterisico vijf jaar na diagnose.
  • Voor de subgroep van patiënten die een chirurgische ingreep ondergingen:
    • Het percentage patiënten overleden binnen 30 dagen en 90 dagen na het verwijderen van (een deel van) de endeldarm. Hieronder wordt vaak over de sterftekans binnen 30 (of 90) dagen na de ingreep gesproken.
    • Ook wordt de tijd bestudeerd tussen de datum van diagnose en het overlijden van een patiënt, en dit tot vijf jaar na datum van diagnose. Afhankelijk van de indicator wordt gesproken over de kans op overleven vijf jaar na diagnose of het relatief sterfterisico vijf jaar na diagnose.

rectumkanker

Welk percentage van de geopereerde patiënten is overleden binnen 30 dagen na het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie), in combinatie met de onmiddellijke postoperatieve medische zorgen?

2,2 %
0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
20

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 30 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans. Door de vele andere beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom louter informatief. Vergelijking van ziekenhuizen onderling kan enkel op basis van de gecorrigeerde indicator.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Wat is de sterftekans (odds ratio) binnen 30 dagen na het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie), rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie)?

1,0
0
1
2
3
4
5

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 30 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals het geslacht, de leeftijd en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt en het stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans.

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftecijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te corrigeren, kan je wel een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

De gecorrigeerde vergelijking van de sterftekans na ingreep wordt weergegeven aan de hand van een “odds ratio”. Een odds ratio groter (kleiner) dan 1 wijst op een hogere (lagere) sterftekans in vergelijking tot het gemiddeld Vlaams ziekenhuis.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Welk percentage van de geopereerde patiënten is overleden binnen 90 dagen na het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie), in combinatie met de onmiddellijke postoperatieve medische zorgen?

3 %
0
5
10
15
20
25
30

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 90 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt en het stadium van de ziekte (= uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans. Door de vele andere beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. Deze indicator is daarom louter informatief. Vergelijking van ziekenhuizen onderling kan enkel op basis van de gecorrigeerde indicator.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)   

Wat is de sterftekans (odds ratio) binnen 90 dagen na het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie), rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie)?

0,8
0
1
2
3
4
5

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator is een maat voor de kwaliteit van de chirurgische behandeling, in dit geval het (gedeeltelijk) verwijderen van de endeldarm (= rectumresectie).

De kans dat een patiënt overlijdt binnen 90 dagen na chirurgie hangt echter niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling. Ook andere factoren, zoals het geslacht, de leeftijd en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt en het stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor), beïnvloeden die kans.

Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftekansen tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te corrigeren, kan je wel een eerlijke vergelijking tussen de ziekenhuizen maken.

De gecorrigeerde vergelijking van de sterftekans na ingreep wordt weergegeven aan de hand van een “odds ratio”. Een odds ratio groter (kleiner) dan 1 wijst op een hogere (lagere) sterftekans in vergelijking tot het gemiddeld Vlaams ziekenhuis.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico (hazard ratio) voor patiënten binnen vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie)?
Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen rectumkanker. Bekijk hem samen met de andere indicatoren over overleving en sterfterisico.

1,14
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met rectumkanker tot vijf jaar na hun diagnose ongeacht de doodsoorzaak en rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is belangrijk om deze factoren in rekening te brengen bij de vergelijking van sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan het andere ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico wordt vergeleken aan de hand van het relatief risico (= de “hazard ratio” (HR)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is, in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.

Deze indicator houdt rekening met alle doodsoorzaken en niet enkel met deze ten gevolge van de rectumkanker. Daarom is het belangrijk om ook naar de indicator voor relatieve overleving en het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker te kijken.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico (hazard ratio) voor patiënten bij wie de endeldarm (gedeeltelijk) verwijderd werd, binnen vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor bij diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (= WHO score van 0 tot 5)?
Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico weergeeft en niet de kans op overleven. Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen rectumkanker. Bekijk hem samen met de andere indicatoren over overleving en sterfterisico.

0,87
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met rectumkanker, bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, tot vijf jaar na hun diagnose ongeacht de doodsoorzaak en rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd van de patiënt op het moment van diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie). Het is belangrijk om deze factoren in rekening te brengen bij de vergelijking van sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan het andere ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico wordt vergeleken aan de hand van het relatief risico (= de “hazard ratio” (HR)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen de vijf jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is, in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.

Deze indicator houdt rekening met alle doodsoorzaken en niet enkel met deze ten gevolge van de rectumkanker. Daarom is het belangrijk om ook naar de indicator voor relatieve overleving en het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker te kijken.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Hoe verhoudt de overleving bij rectumkankerpatiënten zich tot die voor een gelijkaardige groep personen zonder rectumkanker?
Merk op dat men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking kan maken tussen de ziekenhuizen onderling en dat deze indicator niet de geobserveerde overleving weergeeft. Bekijk hem daarom samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

63 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken zoals een andere ziekte, een ongeval, enz. Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan voor de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker relatief tot die van een gelijkaardige groep van personen uit de algemene bevolking (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar). Deze indicator kan dan ook enkel relatief geïnterpreteerd worden, dat wil zeggen dat de overlevingskans wordt weergegeven ten opzichte van deze van de algemene Vlaamse bevolking. Om de werkelijke overlevingskans vijf jaar na een diagnose van rectumkanker te kennen moet u kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

 

Verder hangt de overleving van rectumkankerpatiënten in sterke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (= scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie). Door deze beïnvloedende factoren kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. De relatieve overleving voor een ziekenhuis is immers specifiek voor de groep patiënten die dit ziekenhuis consulteerden. Bekijk hem daarom samen met het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico (relative excess risk) ten gevolge van rectumkanker voor patiënten binnen vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we enkel rectumkanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen, en rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie)? Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker weergeeft en niet de kans op overleven. Bekijk deze indicator samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

1,13
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met rectumkanker tot vijf jaar na hun diagnose, rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is belangrijk om deze factoren in rekening te brengen bij de vergelijking van de kanker-specifieke sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen mogelijk maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker wordt vergeleken aan de hand van het relatief verhoogd risico (= de “relative excess risk” (RER)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose is in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • De rode stippellijn is de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een boomgrafiek. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval: elk ziekenhuis waarvan het betrouwbaarheidsinterval de rode stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De rode stippellijn: de gemiddelde patiënt (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Hoe verhoudt de overleving bij rectumkankerpatiënten bij wie de endeldarm (gedeeltelijk) verwijderd werd zich tot die voor een gelijkaardige groep personen zonder rectumkanker?
Merk op dat men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking kan maken tussen de ziekenhuizen onderling en dat deze indicator niet de geobserveerde overleving weergeeft. Bekijk hem daarom samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

74 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het overlijden van patiënten bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd, in de periode van vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker, kan het gevolg zijn van de rectumkanker zelf, maar ook van andere oorzaken zoals een andere ziekte, een ongeval, enz. Deze indicator geeft een schatting van de overleving indien rectumkanker de enige mogelijke doodsoorzaak zou zijn. Deze indicator duidt aan in hoeverre de overleving bij rectumkankerpatiënten lager, gelijk of zelfs hoger is dan voor de algemene Vlaamse bevolking. Deze indicator vergelijkt de vijfjaarsoverleving van twee groepen: de vijfjaarsoverleving van patiënten met rectumkanker relatief tot die van een gelijkaardige groep van personen uit de algemene bevolking (zelfde leeftijd, geslacht, regio en kalenderjaar). Deze indicator kan dan ook enkel relatief geïnterpreteerd worden, dat wil zeggen dat de overlevingskans wordt weergegeven ten opzichte van deze van de algemene Vlaamse bevolking. Om de werkelijke overlevingskans vijf jaar na een diagnose van rectumkanker te kennen moet u kijken naar de indicator voor geobserveerde overleving.

 

Verder hangt de overleving van rectumkankerpatiënten in sterke mate af van factoren zoals de leeftijd en het geslacht van de patiënt, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van diagnose (= scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie). Door deze beïnvloedende factoren, kan men op basis van deze indicator geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling. De relatieve overleving voor een ziekenhuis is immers specifiek voor de groep patiënten die dit ziekenhuis consulteerden. Bekijk hem daarom samen met het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van het ziekenhuis dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De balk naast de naam van het ziekenhuis, toont u het resultaat van dit ziekenhuis.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de ziekenhuizen.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De rode stippellijn is de mediaan of het middelpunt: de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • Bij hoe meer personen deze indicator gemeten is, hoe betrouwbaarder het resultaat.  

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

  • Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elk ziekenhuis dat binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De rode stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De zwarte stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse ziekenhuizen.

Wat is het relatief sterfterisico (relative excess risk) ten gevolge van rectumkanker voor patiënten bij wie de endeldarm (gedeeltelijk) verwijderd werd, binnen vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we enkel rectumkanker als mogelijke doodsoorzaak beschouwen, en rekening houden met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie)?
Merk op dat deze gecorrigeerde indicator het relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker weergeeft en niet de kans op overleven. Bekijk deze indicator samen met de andere indicatoren voor overleving en sterfterisico.

Het resultaat van deze indicator werd niet bepaald, omdat het ziekenhuis onvoldoende patiënten had waarvoor de indicator van toepassing was. Daardoor zijn er voor 2009-2011 onvoldoende gegevens beschikbaar om een betrouwbaar resultaat te kunnen tonen.

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met rectumkanker bij wie (een deel van) de endeldarm verwijderd werd tot vijf jaar na hun diagnose, rekening houdend met het geslacht van de patiënt, de leeftijd op moment van de diagnose, het klinisch stadium van de ziekte (= de uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose) en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van de diagnose (gebaseerd op het scoresysteem van 0 tot 5 van de Wereldgezondheidsorganisatie).

Het is belangrijk om deze factoren in rekening te brengen bij de vergelijking van de kanker-specifieke sterfterisico’s tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde rectumkankers behandelt dan een ander ziekenhuis, dan is het immers te verwachten dat het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het tweede. Door de indicator hiervoor te corrigeren, kunnen we een meer correcte vergelijking tussen de ziekenhuizen mogelijk maken. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterfterisico, aangezien deze informatie eenvoudigweg niet allemaal voorhanden is.

Het gecorrigeerd relatief sterfterisico ten gevolge van rectumkanker wordt vergeleken aan de hand van het relatief verhoogd risico (= de “relative excess risk” (RER)). Dit is een maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico ten gevolge van rectumkanker binnen de vijf jaar na diagnose is in een bepaald ziekenhuis in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis.